


Niet iedereen wil een overledene zien. Ook niet wanneer het om een heel dierbaar iemand gaat. Als uitvaartbegeleiders zullen wij nabestaanden nooit pushen om het toch te doen. Wél proberen we de omstandigheden zo in te richten dat iemand zich nog kan bedenken.
Ik denk hierbij terug aan de ochtend na het overlijden van een moeder in het ziekenhuis. Een lieve, oudere vrouw, die in haar laatste dagen veel had moeten doorstaan. Haar dochters vertelden me dat ze hun moeder graag in haar eigen huis wilden hebben, maar met de kist gesloten. ‘We willen haar herinneren zoals ze was. Niet zoals in het ziekenhuis. Dat beeld… dat was zó rot.’ Ik begreep het. Ziekte kan iemand tekenen, de dood ook. En toch voelde ik dat het misschien nog anders zou kunnen lopen. We besloten mevrouw te balsemen, zodat er thuis genoeg afscheidstijd was. Zonder zorgen over hoe ze er over twee of drie dagen uit zou zien. Geen druk, geen geluid van de koeling maar in alle rust.

De volgende dag al gaven de dochters aan dat ze tóch wilden kijken: ‘We twijfelen, maar we willen ook weten hoe ze erbij ligt.’ Toen de kist open ging, was het eerst stil. En toen kwamen de tranen. Niet van schrik, maar van ontroering en opluchting. ‘Wat is ze mooi,’ hoorde ik één van hen zeggen. ‘Zo mooi.’ De spanning van de afgelopen dagen loste op.
Ook de jongste kleinzoon kwam binnen, eerst wat onzeker. Toen hij zag hoe rustig oma daar lag, met haar eigen sjaaltje om en een glimlachje om haar mond, kwam hij dichterbij en aaide haar hand.
Die dag leerde ik weer hoe belangrijk het is om na een overlijden ruimte te laten voor verandering. Afscheid nemen is geen vastomlijnd plan. Het is een proces van voelen, wel of niet durven en soms… herzien wat je dacht niet te willen.
Praten over de dood, dat blijft een lastig onderwerp.
Wilt u geheel vrijblijvend het informatieboekje “Laatste Wens’’ ontvangen met handige tips?