


De dag van de uitvaart begon bij haar appartement in het zorgcentrum. De plek waar zij haar laatste jaren had gewoond, en waar zij, met haar eigen spulletjes en foto’s om zich heen, was opgebaard. Een vertrouwde omgeving voor een laatste groet.
Na de dienst in de aula volgde een route die haar levensverhaal zichtbaar maakte. De rouwauto bracht haar eerst naar haar ouderlijk huis, waar alles ooit begon. Daar wachtte een platte wagen. Een vanzelfsprekende keuze, die paste bij haar, haar familie en het dorp waarmee zij zo verbonden was gebleven.
Omringd door kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen werd zij naar haar laatste rustplaats gereden. Rustig. Samen onderweg. Zoals zoveel in deze uitvaart draaide om samen.
De begraafplaats is klein, onderhouden door mensen uit het dorp zelf. Een plek waar betrokkenheid geen mooi woord is, maar dagelijkse praktijk. Een jonge man had het graf gedolven, een ambacht dat hij van zijn opa had geleerd. Een buurman legde de dag vast op beeld, als iemand die onderdeel is van dezelfde gemeenschap en wist hoe waardevol die herinneringen later zouden zijn.

Bij het graf volgde een van de meest indrukwekkende momenten. De kinderen namen zelf de touwen in handen en lieten de kist van hun moeder zakken. Een laatste zorgzame handeling. Een laatste keer iets voor haar kunnen doen.
Daarna dreven tientallen bellen door de lucht. Geblazen door kinderen, kleinkinderen en andere aanwezigen. Licht, speels en kwetsbaar tegelijk. Een beeld dat bleef hangen, omdat het zo treffend liet zien wat deze dag kenmerkte: verbondenheid. Een uitvaart waarin iedereen een rol had. Waar tradities werden doorgegeven, buren hielpen, familie droeg en een dorp liet zien dat afscheid nemen iets is wat je samen doet.
Misschien is dat precies waar een klein dorp groot in kan zijn.
Praten over de dood, dat blijft een lastig onderwerp.
Wilt u geheel vrijblijvend het informatieboekje “Laatste Wens’’ ontvangen met handige tips?